Langere leestijd**
Om mee te beginnen:
Executieve functies (EF’s) zijn mentale processen die kinderen én volwassenen in staat stellen hun gedrag te sturen, te plannen, hun aandacht vast te houden, impulsen te remmen en problemen op te lossen.
Dat is voor het dagelijks leven heel handig, maar het is vooral handig als je nieuwe dingen leert en nieuw gedrag wilt laten zien…
Daarom is er vooral binnen het onderwijs de vraag hoe deze functies optimaal ontwikkeld kunnen worden en welke werkvormen en trainingen hiervoor bewezen effectief zijn.
Want hoe beter de zelfsturing (= de executieve functies gebruikt kunnen worden), hoe makkelijker het gaat op school.
Daarbij klinkt steeds vaker de roep om differentiatie: niet iedere leerende/ student leert en ontwikkelt executieve functies op exact dezelfde manier.
Dit artikel duikt diep in recente inzichten, onderzoek, best practices uit de klas en concrete opbrengsten. We beantwoorden veelgestelde vragen én leggen uit hoe je als leraar direct met EF-ontwikkeling aan de slag kunt, zonder te vervallen in vage tips of AI-jargon.
Wat zijn executieve functies precies?
Executieve functies zijn hersenprocessen die je reguleren en sturen. Wetenschappers onderscheiden meerdere EF’s, waarvan inhibitie (remmen van impulsen),
werkgeheugen (informatie vasthouden en bewerken)
en cognitieve flexibiliteit (schakelen tussen taken) de kern vormen (Smidts & Huizinga, 2017; Van Doorn, 2024).
Andere belangrijke EF’s zijn onder meer plannen en organiseren, taakinitiatie, emotieregulatie, timemanagement, metacognitie (nadenken over je eigen denken en handelen), en doelgericht doorzettingsvermogen.
EF’s ontwikkelen zich vanaf jonge leeftijd – met name in de kleuter- en basisschoolperiode – en zijn bepalend voor het vermogen van leerlingen om complexe taken uit te voeren, doelen te stellen en vol te houden, en om te gaan met veranderingen of onverwachte gebeurtenissen in het leerproces. Niet voor niets beschouwen onderzoekers executieve functies als de ‘regisseurs’ of ‘dirigenten’ van het cognitief functioneren, waarbij ze samenwerken met intelligentie, motivatie en omgevingsfactoren.
Misschien viel het je op dat er staat dat ze samen werken met intelligentie, motivatie en omgevingsfactoren…
Dat zeg veel hé? bijvoorbeeld dat het executieve functies niet je intelligentie bepalen… even tussen neus en lippen in een zin, maar wel een heel belangrijke zin om in je op te nemen. Daarover in een ander stuk meer…
Waarom zijn executieve functies relevant in het onderwijs?
Executieve functies zijn sterk voorspellend voor schoolsucces (Horeweg, 2023). Een goed werkend werkgeheugen bijvoorbeeld is belangrijk voor begrijpend lezen en rekenen. Kinderen met zwakke executieve functies vind je vaker onder leerlingen met ADHD, TOS, dyslexie, ASS, maar ook onder hoogbegaafden (Rodríguez Naveiraz e.a., 2019). Het trainen en ondersteunen van deze functies helpt achterstanden verkleinen en is cruciaal voor kansengelijkheid. Je leest in dit voorbeeld dat het gaat over kinderen maar het zelfde geldt voor VOLWASSENEN die iets nieuws leren en in een schoolse omgeving moeten werken.
Uit grootschalig longitudinaal onderzoek blijkt dat kinderen met sterke executieve functies een grotere kans hebben op een succesvolle schoolloopbaan, minder gedragsproblemen vertonen en meer sociaal-emotionele veerkracht laten zien. EF’s zijn dus van invloed op alle vakgebieden, zowel bij talige, rekenkundige als creatieve vakken, en vormen daarmee een fundament voor succesvol leren. Door binnen de school gericht aandacht te besteden aan de ontwikkeling van executieve functies wordt de basis gelegd voor betere leerprestaties, meer zelfvertrouwen en bewustere zelfregulatie.
Jammer dat veel scholen zich de laatste jaren voornamelijk hebben gefocust op informatie overdracht en veel minder op het leren leren en het stukje algemene vorming waarbij die e.f. zo belangrijk zijn.
Kun je executieve functies trainen?
Er zijn grofweg twee stromingen:
Algemene EF-trainingen, bijvoorbeeld online werkgeheugentrainingen of apps (‘cognitieve fitness’), waarvan onderzoek uitwijst dat ze maar beperkt transfer naar schoolsucces opleveren (Kennisrotonde 2022).
Ingebedde, contextgebonden werkvormen in de klas. Het meeste bewijs is er voor werking van EF-versterking via dagelijks klassenmanagement, expliciete instructie, modelen door de leraar en goed doordachte routines.
Projecten als ‘Beter bij de les’ (Nederlands Jeugdinstituut, 2018) en methodes die EF-integratie combineren met onderwijs in taal en rekenen laten meetbare effecten zien, vooral op aandacht, planning en werkhouding.
Er is een groeiende consensus onder wetenschappers dat het trainen van executieve functies het meest effectief is wanneer de ontwikkeling geïntegreerd wordt in het bestaande curriculum. met andere woorden, als het onderdeel uitmaakt van de dagelijkse praktijk.
Dit betekent dat de werkvormen onderwijs executieve functies vooral tot hun recht komen als ze dagelijks en systematisch ingezet worden, met ruimte voor differentiatie en reflectie. Voor het jonge kind zijn speelse benaderingen zoals rollenspelen en routines effectief, terwijl in de bovenbouw complexe planningstaken en zelfregulatie meer op de voorgrond treden. Executieve functies voor volwassenen aanbieden in werkvormen binnen het onderwijs gaat meer over het systematisch en methodisch werken, het goede voorbeeld van de docent naar de studenten en de student inzicht geven in hoe de executieve functies werken, en hoe je jezelf kunt sturen in je leerproces. Die handvatten samen met effectieve leerstrategieën die je samen oefent geven resultaat.
Welke meetbare opbrengsten kent training van executieve functies?
Effectonderzoek laat zien dat contextgebonden interventies (zoals ‘Beter bij de les’) leiden tot verbeteringen op het gebied van taakgerichtheid, volgehouden aandacht en werkhouding (effectgroottes klein tot middelgroot, zie NJI, 2018). Ook zijn er aanwijzingen voor transfer naar begrijpend lezen en rekenen, maar het effect is vooral zichtbaar in executieve gedragingen. Pure hersentraining of apps hebben nauwelijks bewezen effect op schoolsucces. Apps die je helpen tijd te bewaken hebben meer effect.
Internationaal meta-onderzoek (Diamond, 2013) bevestigt dat programma’s met veel directe instructie, modelling en feedback laten het meeste rendement zien.
Concrete opbrengsten zijn onder meer:
Betere taakvolharding en werkhouding bij leerlingen;
Minder tijdverlies door afleiding/impulsiviteit;
Meer zelfstandigheid in leerstrategieën;
Betere organisatie en planning van (leer)taken;
Hogere scores op toetsen voor begrijpend lezen en rekenen (in sommige studies);
Minder gedragsproblemen en meer positief sociaal gedrag in de klas.
Effectgroottes liggen vaak tussen d=0,2 en d=0,6 (klein tot middelgroot), wat in onderwijsonderzoek als betekenisvol wordt beschouwd, vooral gezien de breedte van de impact op leren en gedrag. Belangrijk om te noemen is dat langdurige, schoolbrede inbedding van deze werkvormen effectiever blijkt dan losse, kortdurende trainingen. (Bron: Diamond, 2013; Kennisrotonde 2022).
Hoe differentieer je werkvormen voor executieve functies voor diverse leerbehoeften?
Diversiteit in de klas vraagt om maatwerk. Kinderen maar ook volwassenen verschillen niet alleen qua uitval in executief functioneren, maar ook hoe ze het beste leren. Praktische differentiatie werkt als volgt:
Maak individuele profielen: Gebruik checklists EF, observeer bijv. wie moeite heeft met plannen, met aandacht of met emotiecontrole (zie o.a. Smidts & Huizinga).
Pas de werkvorm aan het ontwikkelingsniveau aan. Jonge kinderen hebben meer hulp nodig bij structureren, bijvoorbeeld door pictogrammen en vaste dagritmes. Ouderen kunnen zelf plannen leren opzetten.
Varieer in instructie: geef zwakkere planners extra visuele steun, laat anderen met zwakke inhibitie vaker hardop denkstappen doorlopen.
Doseer hulp: van voordoen (modelen) en samen doen, naar zelfstandig uitvoeren en reflecteren.
Kies groepsvormen strategisch: soms gericht op samenwerking (coöperatieve werkvormen), soms bewust individueel.
Scholen die EF-ontwikkeling integraal opnemen in het onderwijs, bijvoorbeeld via het dagprogramma of de aanpak van het klassikale gesprek, boeken meer resultaat dan losse trainingsmomenten.
Bij de differentiatie van werkvormen onderwijs executieve functies is het zinvol om adaptieve tools te gebruiken, zoals persoonlijke (digitale) planners, verschillende soorten checklists, en gelegenheid tot keuze in volgorde of groepssamenstelling bij opdrachten. Ook het samenwerken met gedragsspecialisten binnen de school kan bijdragen aan het optimaal afstemmen op diverse leerbehoeften. Door deze aanpak ervaren leerlingen succes op hun eigen niveau en worden ze optimaal ondersteund in hun groei.
Hoe kunnen leerkrachten werkvormen voor executieve functies toepassen?
De leraar is de ‘regisseur’ van EF-ontwikkeling. Uit de praktijk blijkt:
Routines en structuur: Vast ritueel aan het begin van de les (‘Wat ga je vandaag doen?’), dagplanning zichtbaar ophangen; leerlingen hier actief bij betrekken.
Modeling/denken hardop: De leraar verwoordt eigen denkstappen (‘Ik wil beginnen met de opdracht, wat moet ik eerst doen? …’). Dit vergroot het metacognitieve bewustzijn bij leerlingen.
Expliciete instructie – in korte stappen: Deel grote taken in subtaken (‘eerst lees ik de tekst, dan maak ik een mindmap’).
Feedback geven op gebruik van EF’s tijdens leeractiviteiten, niet alleen op het resultaat van een taak.
Reflectiegesprekken waarin kinderen hun eigen strategieën analyseren en bespreken ‘hoe heb jij deze taak aangepakt?
Actieve werkvormen: Laat leerlingen samenwerken (coöperatief leren), zelf materialen kiezen of rouleerschema’s maken; bied keuzemomenten.
Werkvormen onderwijs executieve functies zijn het meest effectief als de leerkracht groeit in observeren, coachen en systematisch evalueren. Als je je eigen executieve functies wilt versterken, kun je groeien in reflecteren en evalueren.
Denk hierbij aan het bijhouden van voortgang, het bewust inzetten van differentiatie in het lesontwerp en het cyclisch analyseren van succes en knelpunten.
Er bestaan diverse instrumenten en materialen ter ondersteuning, zoals dagritmekaarten, (digitale) klassenplanners, afsluitende evaluatiegesprekken, visuele reminders op de tafels en portfolio’s waarin leerlingen hun eigen strategieën en ervaringen verzamelen.
In mijn eigen website vind je verschillende leermaterialen die je kunt gebruiken in de klas of als je jezelf traint, bij jezelf.
Welke werkvormen zijn bewezen effectief volgens onderzoek?
Effectieve, goed onderzochte werkvormen zijn onder andere:
‘Beter bij de les’ (NJI): Thematische lessen met veel aandacht voor plannen, organiseren en reflecteren.
Coöperatieve werkvormen: Denk aan samen brainstormen, rolwisselingen in samenwerking, groepsopdrachten waar reflectie op stappen centraal staat.
Expliciete directe instructie: Opgedeeld in kleine stappen met veel feedback en herhaling (zie ook modellen van Rosenshine –’scaffolding’, begeleide inoefening).
Spelvormen en rollenspellen: Vooral bij jonge kinderen effectief voor het oefenen van inhibitie en emotiecontrole.
Visuele hulpmiddelen: Tijdlijnen, planners, dagritmekaarten, checklists per leerdoel.
Zelfregulatie-interventies: Leerlingen doelen laten stellen, eigen werk plannen, reflecteren op voortgang (zie ook Wij-leren.nl).
Het meeste bewijs is er voor integratie van EF in de alledaagse lespraktijk. Speciale losstaande trainingen kunnen ondersteunend zijn voor specifieke leerlingen, maar de grote transfer vindt plaats als EF-systematiek onderdeel is van de didactiek of je eigen leeracties.
Wat als je of een leerling niet vooruitkomt ondanks EF-ondersteuning?
Ligt het aan de EF of aan iets anders (motivatie, taalkennis, stress)? Blijf breed kijken, plak niet te snel een ‘etiket’. Werk samen met interne begeleiders, betrek ouders en zet eventueel diagnostiek in. Voor volwassenen: je zit waarschijnlijk in je eigen automatisme (blinde vlek), zoek iemand die je wil observeren of vraag een (kort) coach traject aan (kan bij mij) om je een zetje te geven in inzicht en training.
Heeft elke leerling baat bij dezelfde aanpak?
Nee – juist de differentiatie, het afstemmen op leeftijd, ontwikkelingsniveau en individuele sterktes/zwaktes, is cruciaal voor succes.
Zijn er verschillen in effectiviteit tussen werkvormen?
Ja. Uit meta-analyses blijkt dat expliciete instructie gecombineerd met modeling, oefening en directe feedback het grootste effect heeft op executieve functies. Vaardigheidsspecifieke werkvormen zoals geheugenspellen of mindfulness-oefeningen zijn vooral effectief wanneer zij in samenhang worden ingezet met reflectie en transfer naar schoolopdrachten.
Vergelijking: wat werkt, wat minder?
Samenvattend blijkt:
EF’s zijn wezenlijk voor leren en gedrag, maar training ‘op zich’ levert weinig op; het is de inbedding in dagelijkse routines en lessen die telt.
Klassieke ‘breintraining’ levert weinig transfer op naar de gewone schoolpraktijk.
Effectgrootte van klassikaal geïntegreerde EF-ondersteuning is significant (vooral op aandacht, volharding, metacognitie, zie NJI/Beter bij de les).
Het is geen kwestie van ‘trucje’, maar vraagt om structurele aandacht, tijd en expertise van de leraar. Blijf daarom investeren in teamontwikkeling en kennisdeling.
Daarnaast blijkt uit vergelijkend onderzoek dat scholen die een schoolbreed beleid voeren, met bijvoorbeeld terugkerende studiedagen over EF, een gedeeld referentiekader hanteren en leerkrachten actief laten samenwerken, grotere en duurzamere opbrengsten bereiken. Differentiatie en monitoring zijn bij deze scholen een standaardonderdeel van het proces, waardoor alle typen leerlingen profiteren.
Tot slot: de rol van beleid en schoolontwikkeling
Scholen die executieve functies bewust opnemen in het beleid – bijvoorbeeld door teamtraining, vaste formats voor dag- en weekplanning, gezamenlijke observatie-instrumenten – zien grotere opbrengsten dan scholen die ad hoc inzetten. Kennis delen, samen observeren en ervaringen bespreken (bijvoorbeeld in een studiedag) is daarbij essentieel.
Het versterken van werkvormen onderwijs executieve functies vraagt om continue professionalisering en evaluatie. Door structureel ruimte te maken voor EF-ontwikkeling, zowel in visie als in de dagelijkse praktijk, versterken scholen niet alleen het leren, maar ook de veerkracht, creativiteit en het welzijn van hun leerlingen.
Wil je de diepte in en echt weten waar dit nou over gaat en wat je zelf kunt doen?
In mijn aanbod heb ik verschillende leergangen opgenomen.
Ik raad je aan daar eens te kijken. Neem gerust contact met me op als je meer wilt weten.
myrinne@myrinne.nl
0612266651
Bronnen:
– Smidts, D. & Huizinga, M. (2017) – Executieve functies – ontwikkeling, stoornissen en interventies.
– Horeweg, A. (2023) – Gedrag op school.
– NJI: Beschrijving Beter bij de les.
– Kennisrotonde: Effectiviteit van training executieve functies.
– Wij-leren.nl: Didactische werkvormen.

Myrinne van Mierlo
Executieve functies ontwikkelen? hoe zit dat nou echt?
Ontdek: Grip op de Executieve functies
Dé methode waarin je leert de executieve functies inzetten en je leerlingen helpt zichzelf te reguleren
Je kent ze wel leerlingen die aan een taak beginnen of juist niet, vastlopen of juist niet en dan gefrustreerd raken, bokkig blijven zitten en weinig besef hebben waar hun reactie vandaan komt.
Of leerlingen die het nut ergens niet van inzien. En op reflectieve vragen geneigd zijn met “gewoon omdat het zo ging” te antwoorden.
Of leerlingen die structureel te laat starten, in tijdnood komen. Hun agenda niet gebruiken en dan taken over het hoofd zien.
Dit zijn slechts drie uit tal van voorbeelden waarin leerlingen hun executieve vaardigheden niet onder de knie hebben.
Als bevlogen professional maakt je hart vast een sprongetje als je je beseft dat er een methode is om deze jonge mensen te helpen. De methode ‘Grip op de Executieve functies’.


0 reacties